Bewuster eten…
Wat als je je gezondheid kunt verbeteren door andere keuzes in eten te maken?
Gezond en toch betaalbaar eten is tegenwoordig een uitdaging. In de winkels vind je veel kant en klaar maaltijden, zachte of gepureerde producten maar ook voedingsmiddelen met veel suiker of weinig voedingsstoffen. Als er een gezondere keuze of alternatief is, dan is de prijs daar ook vaak naar.
Als je voor eten met veel suikers en witmeel gezonde alternatieven zoekt krijgt je automatisch meer voedingsstoffen binnen. Deze voedingsstoffen zijn superhard nodig voor zowel volwassenen als kinderen om goed te kunnen groeien.
Nu vraag je jezelf misschien af: moet er ook echt wat veranderen? We zijn nu eenmaal gewend aan een bepaalde manier van eten en veel kinderen houden gewoon van zoetigheid. Is dat zo erg? En wát is gezond? Daar zijn heel wat meningen en ideeën over.
In dit boek staan gezonde recepten die zijn samengesteld op basis van de volgende criteria: de betaalbaarheid van het eten, geen snelle suikers en witmeel en de voeding moet kauwbaar zijn, dus niet zacht van structuur.
Snelle suikers en witmeel
Snelle suikers komen vooral voor in snoep, chocola, frisdranken en siropen, koek en gebak, soepen en sauzen. Als je dagelijks te veel snelle suikers binnenkrijgt kan dit gevolgen hebben voor je gezondheid. Je kan klachten ontwikkelen als moeheid (suikerdip), gaatjes in je gebit, hoofdpijn, slaapproblemen, het beïnvloedt je gewicht en kan insulineresistentie geven. Te veel van deze snelle suikers binnenkrijgen is dus niet gezond. Vermijd daarom met name de geraffineerde of toegevoegde suiker.
Witmeel (bloem) levert alleen calorieën en verder geen zinvolle voedingsstoffen. Je kunt er dik van worden, maar het grote gevaar is vooral dat je buik al vol zit, zonder dat je belangrijke voedingstoffen tot je hebt genomen. Niet echt gezond dus.
Kauwen en ademhaling
‘Evolutie betekent verandering maar wil daarmee niet zeggen dat dat altijd vooruitgang betekent’
Hieronder in het kort uitgelegd waarom kauwbaar voedsel zo belangrijk is.
Bij het bestuderen van menselijke schedels van een paar honderd tot duizenden jaren terug in de tijd stuitten onderzoekers, waaronder Dr. Weston Price, op een bijzonder feit. De schedels van de Homo Sapiens waren, zonder uitzondering, identiek op de volgende punten: ze hadden allemaal vooruitstekende kaken, ruime bijholten en een brede mond. Verbazingwekkend genoeg hadden ze ook een mooi regelmatig gebit, terwijl niemand toen de tandarts bezocht. Deze kenmerken zorgden voor bredere luchtwegen met als gevolg weinig tot geen problemen op het vlak van slaapapneu, chronische ademhalingsproblemen of bijholteontstekingen.
Toen deze zelfde onderzoekers de schedels vergeleken met die van nu kwamen ze tot de conclusie dat de moderne schedels in min of meerdere mate een scheefstand van het gebit hadden. De kaken waren slecht uitgelijnd met een over- of onderbeet en vaak niet op elkaar aansluitende tanden. Dit had slaapapneu, chronische ademhalingsproblemen, bijholteontstekingen en orthodontische problemen als gevolg.
De volgende vraag werd gesteld: “Waarom evolueren we in een richting die ons ziek maakt?” de onderzoekers noemden het dysevolutie.
Maar wat deden onze voorouders dan anders om dit verschil in schedel, kaakgroei en de bijbehorende lichamelijke klachten die zich ontwikkelden door de tijd heen te verklaren?
Het antwoord vonden ze in het kauwen en de mineralen en vitaminen die de voeding bevatte. Onze voorouders kauwden uren per dag maar door de eeuwen heen zijn wij steeds meer geprakt, gepureerd, geraffineerd, vloeibaar of zachtgekookt gaan eten. Dit had natuurlijk invloed op ons. Ademhalingsproblemen werden steeds meer geconstateerd maar ook werden de botten zwakker en daardoor werd het gezicht smaller en de mondholte minder groot. Gebitsaandoeningen met scheve tanden en vergroeide kaken kwamen steeds meer voor, de bijholten werden kleiner en beperkten ons in steeds meer en meer met alle lichamelijke gevolgen van dien. Het veranderen van de stand van onze tanden en kaken had dus niet alleen een gevolg op het verwerken van onze voeding en het kauwen. Het had ook een groot effect op onze ademhaling die meer oppervlakkig en vaak niet meer diep was. Ook ademden we meer door de mond dan door de neus.
Mondademen brengt hele grote gevolgen met zich mee. De lucht inademen door de mond verminderd de druk in de mondholte waardoor de zachte weefsels slapper worden en gaan hangen. Dit beïnvloedt onder andere de groei en vorm van de tandbogen, de stand van de kin en de lengte van het gebit. De luchtwegen worden smaller en het ademen wordt moeilijker. Zoals al eerder genoemd heeft dit als gevolg dat er vaker slaapapneu, chronische ademhalingsproblemen, bijholteontstekingen en orthodontische problemen worden geconstateerd.
Inademen door de neus heeft precies het tegenovergesteld effect. Het perst de lucht tegen de zachte weefsels aan de achterkant van de keel wat de luchtwegen breder en het ademen makkelijker maakt met minder lichamelijke klachten tot gevolg.
Voeding, kauwen en ademhaling… voor mij is het één onlosmakelijk met het ander verbonden.
In mijn praktijk heb ik als logopedist en adem-, stem- en traumatherapeut door de jaren heen veel kinderen en volwassenen mogen begeleiden en adviseren op het gebied van voeding, afwijkende mondgewoonten en ademhalingsproblematiek. Van een beugel met een overbeet tot burn-out en chronische stressklachten bij een verkeerd adempatroon. Allemaal hadden ze baat bij een gezond voedingspatroon met voldoende kauwbaar voedsel, aanvullende logopedische oefeningen en ademtherapie!
Eet bewust en geniet, zonder mate!
Nienke Geuzinge-Havinga

ChannelWaves® - Sound in Motion (NL boek)